Al eeuwenlang een bekend beeld binnen het Limburgse cultuurlandschap

Wist je dat…

  • …bomen vroeger werden geknot om gebruikshout te leveren
  • …nu vooral wordt geknot voor behoud van het landschap

Tip!

Het knotten van bomen kan het best gebeuren wanneer de sapstroom stil ligt, tussen half november en begin maart.

Wilgenkatjes

In het vroege voorjaar zijn de bloeiende wilgen van levensbelang voor de voedselvoorziening van vliegende insecten zoals bijen en hommels.

Vragen of tips over knotbomen

Een knotboom is een boom die regelmatig geknot wordt op een bepaalde hoogte.

Knotbomen zijn al eeuwenlang een bekend beeld binnen het Limburgse cultuurlandschap. Een knotboom is een boom die regelmatig geknot wordt op een bepaalde hoogte. Meestal gebeurt dit op zo’n 2 meter stamhoogte. Door het regelmatig terugsnoeien ontstaat er na verloop van tijd op de stam een knoestige ‘knot’.

De knotboom is niet alleen leverancier voor hout (de takken en twijgen die vrijkomen worden gebruikt om bijvoorbeeld manden te vlechten), maar ook een broedplaats voor tal van diersoorten. Zo vinden de steenuil, vleermuizen of de grote bonte specht een plekje in de holten en kieren die ontstaan in de (oude) knotbomen. In het voorjaar zijn de bloeiende knotbomen een paradijs voor insecten die van stuifmeel en nectar leven. Andere ongewervelden vinden een leefplek onder de schors of in de holten. In de kruin groeien soms minder algemene plantensoorten, zoals de eikvaren. Op de schors komen mossen en korstmossen voor.

De bekendste en meest voorkomende knotsoort is de wilg. Ook elzen, essen, eiken, linden, Spaanse aken, populieren, haagbeuken en paardenkastanjes komen als knotboom voor.

Knotbomen hebben een grote waarde voor het landschap en de natuur.