Achter deze titel schuilt een muis die zich graag ophoudt in een kleinschalig cultuurlandschap. Kleine bossages, stenige objecten, bomen en rommelhoekjes hebben zijn voorkeur. Hoogstamboomgaarden zijn een waar hof van Eden voor hem. Zuid-Limburg lijkt dus de ideale plek voor de eikelmuis. Want daar gaat het over. Vroeger regelmatig gezien in de kist met appels op de boerderij, nu bijna uit het beeld verdwenen. Maar sprankjes hoop zijn er, getuige recente waarnemingen.
De eikelmuis Eliomys quercinus behoort tot de slaapmuizen. Hij heeft net als alle slaapmuizen een dikke grijsbruine vacht met witte onderzijde en een lange grijsbruine staart die uitloopt in een pluim. Zijn 8 tot 14 cm lange staart is bijna evengroot als de 10 tot 15 cm die hijzelf is. Daarbij is het geen zwaargewicht met zijn 50 tot 120 gram. Net als de andere slaapmuizen is de eikelmuis een nachtdier en een uitstekende klimmer, maar hij komt meer op de grond dan zijn verwanten zoals de hazelmuis.
De eikelmuis is minder aan echte bossen gebonden en voelt zich in een kleinschalig cultuurlandschap met bossages, verwilderde tuinen, stenige objecten en hoogstamboomgaarden in zijn element. Hij houdt van echte rommelhoekjes met vervallen schuurtjes en takkenhopen. Deze elementen bieden eet- en nestgelegenheid en een goede schuilplaats. Door zijn verborgen levenswijze wordt hij echter zelden opgemerkt. Deze middelgrote slaapmuis komt in Nederland alleen nog in de Zuidlimburgse hellingbossen voor.
Hoogstam, een waar paradijs
Hoogstamboomgaarden leveren een belangrijke bijdrage aan het uitgebreide menu van deze kleine alleseter met zijn fraaie zwarte gezichtsmasker. Gedurende het seizoen vindt hij in gemengde boomgaarden alles van zijn gading. In het voorjaar zijn dat vooral de kers en aardbei, in de zomer appel, peer en pruim en in het najaar appels. Verder is hij dol op huisjesslakken, insecten en zaden en vult hij zijn kostje af en toe aan met jonge vogels en bosmuizen.
Daarnaast bieden de bomen een goede slaapgelegenheid voor de lange winterslaap. Van oktober tot april slaapt hij in zijn nest van takjes en bladeren, opgerold als een bolletje. Maar hij slaapt ook goed in oude schuren en nestkasten. Nadat hij uit deze lange slaap is ontwaakt, wordt het tijd om voor nageslacht te zorgen. Deze periode loopt tot eind juli. Gemiddeld bestaat een worp uit vier tot zes jongen. Eikelmuizen worden over het algemeen niet ouder dan drie jaar.
Hoop doet leven
Van oudsher kwam hij in ons land in een 15-tal gebieden voor. In het najaar was hij een regelmatig geziene gast op boerderijen, wanneer de kisten met appels gestapeld op het achtererf stonden. In de loop der jaren is echter een sterke achteruitgang waargenomen in het voorkomen van de eikelmuis. De laatste jaren zijn alleen nog uit het Savelsbos tekenen van leven gekomen. Maar ook hier waren waarnemingen schaars. Dit jaar zijn er gelukkig bij Cadier & Keer en Rijckholt weer eikelmuizen aangetroffen, waaronder ook een nest met jongen. Dit geeft hoop en blijkt dat de inzet voor het behoud van zijn leefgebied niet voor niets is.

