Bijen zijn belangrijk voor de bestuiving van planten. In boomgaarden worden honingbijen gericht ingezet voor de bestuiving van bijvoorbeeld appels, peren kersen. De laatste jaren is het echter ook duidelijk geworden dat allerlei soorten wilde bestuivers, waaronder wilde bijen, ook belangrijk zijn in de fruitteelt. Helaas wordt het ook steeds duidelijker dat het erg slecht gaat met veel soorten insecten. Dit geldt helaas ook voor de wilde bijen. Begin dit jaar is de nieuwe Rode Lijst van bedreigde soorten wilden bijen opgesteld en hieruit blijkt dat meer dan de helft van de ruim 350 Nederlandse soorten wilde bijen bedreigd is. Ten opzichte van de vorige Rode Lijst uit 2003 is het aantal bedreigde soorten toegenomen. Om wilde bijen te helpen is het grensoverschrijdende project Europese project “Meer Natuur voor Pittig Fruit” opgestart. In Vlaams-Brabant, Belgisch en Nederlands Limburg en Zeeland worden bij fruittelers maatregelen genomen om de omstandigheden voor wilde bijen te verbeteren. In Nederlands Limburg werken Natuurrijk Limburg en IKL samen aan de uitvoering van dit project.

Belang van wilde bestuivers
Uit verschillende onderzoeken in de laatste jaren blijkt duidelijk dat de wilde bestuivers (waaronder wilde bijen) een belangrijke rol spelen in onze voedselproductie. Er zijn duidelijke relaties gevonden tussen de soortenrijkdom en talrijkheid van wilde bestuivers en de teeltopbrengsten. Veel soorten wilde bijen zijn efficiënter in de bestuiving dan honingbijen. Ze vliegen ook onder slechtere weersomstandigheden en zorgen voor een betere vruchtzetting. Hierdoor zorgen ze voor een grotere opbrengst en betere kwaliteit vruchten. Een grotere variatie aan bestuivende insecten zorgt voor een betere kwaliteit fruit en een hogere opbrengst. Verder blijkt uit onderzoek dat de totale soortenrijkdom aan wilde bestuivers in boomgaarden aantoonbaar toeneemt naarmate in de directe omgeving (binnen een straal van 500 meter) meer voor bijen geschikt habitat aanwezig was, zoals bloemenweiden, wegbermen en houtwallen.

Maatregelen voor wilde bijen
De maatregelen om de omstandigheden voor wilde bijen te verbeteren zijn gericht op het vergroten van het aanbod aan nestelgelegenheid en voedsel. Enerzijds worden maatregelen op fruitteeltbedrijven getroffen, maar er wordt ook in de omgeving van de bedrijven geprobeerd om in samenwerking met gemeenten en particulieren om de omstandigheden voor wilde bijen te verbeteren.

Nestblokken
Binnen het project Meer Natuur voor Pittig Fruit worden nestblokken voor metselbijen aan fruittelers beschikbaar gesteld. Deze worden verspreid in boomgaarden opgehangen en geven metselbijen de gelegenheid om zich hierin te vestigen. In holle bamboestengels of in hout geboorde gaten worden achter elkaar een aantal cellen gemaakt waarin een bolletje stuifmeel wordt geplaatst. Hierop worden de eitjes gelegd en het stuifmeel vormt vervolgens de voedselvoorraad voor de larven van de bijen. Hierbij is het zo georganiseerd dat de eitjes die het eerst worden gelegd – en die zich dus achteraan in de gang bevinden – het laatste uitkomen. De eitjes die het laatste zijn gelegd, komen het eerste uit. Hierdoor wordt voorkomen dat de bijen zich door alle voorliggende cellen heen moeten werken om te kunnen uitvliegen. Twee soorten die veel van dergelijke nestblokken gebruik maken zijn de gehoornde metselbij en de rosse metselbij. Dit zijn tevens soorten die voor de bestuiving van fruitbomen erg belangrijk zijn. Naast de verschillende soorten metselbijen kunnen bijvoorbeeld ook behangersbijen en tronkelbijen hiervan profiteren.

Rosse metselbijen in nestblokken (R. Geraeds)

Rosse metselbijen zijn belangrijke bestuivers in de fruitteelt en maken dankbaar gebruik van aangeboden nestblokken (foto: R. Geraeds)

Open grond
Het overgrote deel van de wilde bijensoorten nestelt in zelf gegraven gangen in de bodem. Deze soorten kunnen gefaciliteerd worden door plaatselijk de zode te verwijderen. In de open, niet dicht doorwortelde grond kunnen de bijen zich gemakkelijker ingraven dan in dichte vegetatie. Ook kunnen walletjes van aarde worden opgeworpen waar de dieren zich in kunnen vestigen.

Struweelhagen
Ook wordt geprobeerd om struweelhagen aan te planten. Dit zijn hagen die niet jaarlijks gesnoeid worden en daarom jaarlijks tot bloei kunnen komen. Door verschillende soorten, met verschillende bloeitijden aan te planten kan er voor worden gezorgd dat wilde bijen over langere perioden in de boomgaard voedsel kunnen vinden. Wilgen en sleedoorn bloeien bijvoorbeeld al vroeg in het jaar, terwijl vuilboom nog tot in augustus kan bloeien. Holle takken, of takken met zacht merg (zoals bij vlier en braam) kunnen ook weer nestelgelegenheid bieden voor bijvoorbeeld metselbijen, behangersbijen en tronkelbijen.

Bloemrijk grasland
Door het inzaaien van kruiden kan het voedselaanbod voor wilde bijen eveneens worden verhoogd. Hierbij is het van belang dat vaste planten worden ingezaaid die vervolgens via een beheer van maaien en afvoer van het maaisel in stand worden gehouden. Enkele algemene plantensoorten die voor veel bijensoorten belangrijk zijn, zijn bijvoorbeeld rode klaver, witte klaver, rolklaver, hondsdraf, knoopkruid, wilde peen en paardenbloem.

Bij het beheer is het belangrijk dat de vegetatie gefaseerd wordt gemaaid. Er blijft dan altijd een strook vegetatie staan waarin veel insecten kunnen overwinteren. Ook zijn dergelijke stroken met overjarige vegetatie weer van belang als foerageergebied van voor bijvoorbeeld zangvogels.

In de boomgaarden kan ook veel winst behaald worden door de grasstroken tussen de bomenrijen minder frequent, en gefaseerd maaien. Algemene soorten zoals paardenbloemen kunnen dat tussen de rijen tot bloei komen en leveren stuifmeel en nectar voor veel soorten wilde bijen.

Biodiversiteit
Niet alleen wilde bijen profiteren van deze maatregelen, maar ook heel veel andere insectensoorten. Hieronder bevinden zich bijvoorbeeld veel soorten andere wilde bestuivers zoals zweefvliegen en allerlei roofinsecten – zoals gaasvliegen, oorwormen en lieveheersbeestjes. Deze zijn op hun beurt weer van belang voor natuurlijke bestrijding van plaaginsecten. Zo voeden de larven van ongeveer de helft van de circa 350 soorten Nederlandse zweefvliegen zich met bladluizen. Diverse soorten roofwantsen bestrijden zeer effectief de perenbladvlo. Door dus meer ruimte te bieden voor deze natuurlijke plaagbestrijders, hoeft er minder met chemische bestrijdingsmiddelen te worden gewerkt.

Ook worden binnen het project nestkasten voor torenvalken en steenuilen en marterkasten beschikbaar gesteld. Deze kunnen de fruittelers weer helpen bij de natuurlijke bestrijding van woelratten en woelmuizen.

EUInterregNederland ZoemtIKLNaLi