De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft in 2002 de Taskforce Impuls Soortenbeleid ingesteld. Deze taakgroep heeft in 2005 een voorstel gedaan voor een nieuwe beleidsstrategie voor actieve soortenbescherming: de leefgebiedenbenadering. Deze benadering verlegt de aandacht van individuele soorten naar leefgebieden met bijbehorende groepen van soorten. Door de gebiedsgerichte benadering kan soortenbeleid worden geïntegreerd in ander beleid. Dit moet leiden tot betrokkenheid van nieuwe partners, waardoor de bescherming van plant- en diersoorten meer een vanzelfsprekend onderdeel van de reguliere en nieuwe activiteiten in het landelijk gebied wordt.
Naast de instandhouding van soorten moet de leefgebiedenbenadering een bijdrage leveren aan het creeëren van meer ruimte en duidelijkheid voor economische initiatieven. Het in kaart brengen van kansrijke én minder kansrijke gebieden voor soorten maakt dat er gerichte maatregelen en investeringen gedaan kunnen worden. Hoewel de Flora- en faunawet niet wordt gewijzigd, wordt de wettelijke ontheffingsprocedure (waarin op de gunstige staat van instandhouding wordt getoetst) gemakkelijker om te doorlopen en wordt de uitkomst beter voorspelbaar voor de aanvrager van de
ontheffing.
LNV wil met de leefgebiedenbenadering inzetten op drie speerpunten:
1. efficiëntie
De aandacht wordt gericht op leefgebieden met bijgehorende groepen van soorten in plaats van individuele soorten;
2. effectiviteit
Er is een gebiedsgerichte aanpak, waarbij soortenbeleid wordt geïntegreerd in ander beleid, instrumenten en maatregelen.
3. betrokkenheid
De leefgebiedenbenadering streeft ernaar dat rijk, provincies, natuurbeschermers en -beheerders, gemeenten, waterschappen, particuliere initiatiefnemers en het bedrijfsleven meewerken aan de bescherming van soorten, om hier zelf ook van te profiteren. Gezien de gebiedsgerichte aanpak, de sturingsfilosofie van de Nota Ruimte en het Investeringsbudget voor het Landelijk Gebied (ILG), zal vanaf 2010 de regie over de uitvoering van het soortenbeleid bij de provincies neergelegd worden.
Om ervaring op te doen met de nieuwe benadering heeft de Taskforce Impuls Soortenbeleid, met instemming van LNV, voorgesteld om een viertal pilotprojecten uit te voeren:
• Soortenmanagementplan Rugstreeppad
• Laagveenmoeras: Ecologische benadering leefgebieden
• Agrarisch leefgebied
• Heuvelland: De actoren benaderen.
Organisatie
De provincie Limburg en het ministerie van LNV zijn de opdrachtgevers van de Pilot Leefgebiedenbenadering Heuvelland. Het project is uitgevoerd door Bosgroep Zuid Nederland (BgZN), de Stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg (IKL), Dienst Landelijk Gebied (DLG) en Vermeulen|Total Identity.
Pilot Leefgebiedenbenadering Heuvelland
Om ervaring op te kunnen doen met het betrekken van actoren bij de leefgebiedenbenadering is de Pilot Leefgebiedenbenadering Heuvelland uitgevoerd. Om actoren te kunnen betrekken bij leefgebieden zijn verschillende analyses uitgevoerd en zijn de bevindingen van de analyses nader bekeken in het voorbeeldgebied Eys. De sterke eigen identiteit van het Heuvelland in combinatie met het voorkomen van kenmerkende soorten, die vaak uniek in Nederland zijn, vormen het vertrekpunt van het pilotproject. Daarnaast wordt het Heuvelland gekenmerkt door een sterke sociale cohesie in dorpen en buurtschappen en de ligging binnen de stedelijke invloedssfeer van Sittard-Geleen, Parkstad, Aken en Maastricht. Door de landschappelijke kwaliteiten heeft het Heuvelland al meer dan een eeuw een grote aantrekkingskracht op toeristen. Het recreatie aanbod is hier dan ook goed op afgestemd.
U kunt hier de pilot leefgebiedenbenadering Heuvelland bekijken of downloaden
Voorbeeldgebied Eys
Het leefgebiedenplan voor het pilotgebied Eys (gemeente Gulpen-Wittem) gaat uit van een gebiedsgerichte benadering van bedreigde planten- en diersoorten, waardoor beheer- en inrichtingsvoorstellen en andere aanbevelingen beter te integreren zijn in ander beleid dan de strikte soortgerichte benadering. Eén en ander moet leiden tot een grotere betrokkenheid van bestaande en nieuwe partners, waardoor soortbescherming meer een vanzelfsprekend onderdeel wordt van reguliere en nieuwe activiteiten in het landelijk gebied.U kunt hier de het voorbeeld leefgebiedenbenadering Eys bekijken of downloaden
