Elk landschapselement vertelt een eigen verhaal. Over het ontstaan van het landschap of over het werk van onze voorouders. Daarom is het van belang om deze elementen te behouden.
Knotbomen

Vroeger werden knotbomen regelmatig gekapt of geknot vanwege het gebruik van de takken en twijgen. De takken werden gebruikt als vlechtmateriaal, voor gereedschap en voor de kachel. Knotbomen als eik, wilg of es zijn te vinden bij poelen, op graften, in houtwallen of heggen. Bij kapellen, kruisen en voor boerderijen staan vooral lindebomen. Op deze plaatsen vormen ze markante herkenningspunten in het landschap.
Lees verder:
- knotbomen
Heggen
Heggen hielden het vee binnen en markeerden eigendomsgrenzen. In Zuid-Limburg werden de meidoornheggen op een meter twintig gesnoeid. Het calorierijke hout werd gebruikt als brandhout. Langs de Maas in Noord-Limburg liet met de heggen veel forser uitgroeien. Heggen bestaan vaak uit meidoorn. Maar er zijn ook gevarieerde heggen bestaande uit mei- en sleedoorn, kornoelje, vlier en kardinaalsmuts.
Lees verder:
- De heg: Barrière en natuurlijke weg
- Afzetten, knotten en scheren van hagen
Graften
Graften zijn typische elementen in het Zuidlimburgse landschap. Het zijn begroeide steile randen of treden die de hellingen opdelen in plateaus. Ze voorkomen dat de löss van de bovengelegen akkers wegspoelt. Sommigen dateren zelfs uit de Romeinse tijd. De begroeiing werd vaak geknot, gesnoeid en gekapt terwille van het hout. Bij ruilverkavelingen en schaalvergroting zijn veel graften verdwenen, met soms grote gevolgen voor de landbouw. Bij fikse regenbuien kan de vruchtbare löss wegspoelen en aanzienlijke schade veroorzaken.
Houtwallen
Houtwallen zijn met bomen en struiken begroeide wallen, meestal aangelegd bij ontginningen van heideterreinen. Soms ligt er ook nog een sloot of greppel om te voorkomen dat de wortels teveel water ontrekken aan het aanliggend perceel. De begroeiing bestaat vaak uit eik, berk, lijsterbes en hazelaar. Houtwallen grensden percelen af en voorkwamen dat het vee op de akkers kwam. Het hout werd regelmatig gekapt voor diverse doeleinden. Bovendien bleef hierdoor de begroeiing goed dicht.
Lees verder:
- Houtwallen: de groene aders van de zandgronden
Graslanden
Graslanden zijn schrale gronden die te mager of te nat waren om akkerbouw op te plegen. Door de eeuwenlange begrazing van schapen zijn deze graslandjes enorm rijk aan plantensoorten. Ze worden jaarlijks gemaaid om verruiging te voorkomen. Het maaisel wordt afgevoerd omdat zeldzame planten als orchideeën juist een voedselarme bodem nodig hebben.
Holle wegen
Deze wegen zijn ontstaan door uitspoeling. Ze hebben vaak steile wanden die zijn begroeid met bomen en struiken. Ze zijn ontstaan door de schurende werking van water dat zich in karrensporen een weg naar beneden zocht.
Lees verder:
- Grubben, grachten gatsen en holle wegen
- Holle weg.info
Hoogstam
In Zuid-Limburg treffen we de karakteristieke hoogstamboomgaarden aan. Van oudsher lagen ze als groene gordels om de dorpen. De laatste decennia zijn er echter veel bomen verdwenen. Hoogstambomen zijn fruitbomen met een stam van ongeveer twee meter. Ze werden aangeplant in de huisweide achter de boerderijen. De bomen leveren fruit en het vee kan onder de bomen grazen. De variatie in fruitrassen is vaak groot, zowel in appel-, peren-, kersen-, en pruimenrassen. Ook zijn de rassen vaak streekgebonden zoals het Eijsdener Klumpke, Kelmonder Grijske en Puther Dikke.
Lees verder:
- Hoogstam in Limburg
Poelen
Veel poelen zijn van oudsher drinkplaatsen voor het vee.Bij boerderijen hadden ze vaak een functie als bluswaterreservoir en wedr er de was in gedaan. De bodem van de poel werd vaak ondoorlatend gemaakt door de hoeven van het vee. Door regelmatig uit baggeren van het slib wordt voorkomen dat de poel dichtgroeide.

