Het Nationale Landschap Zuid-Limburg is bij de recreant en toerist bekend om zijn gevarieerde en rijke natuur. De orchideeënrijke kalkgraslanden en hellingbossen zijn daarvan de meest tot de verbeelding sprekende voorbeelden.
De rijkdom aan planten en dieren in diverse natuurterreinen en belangrijke natuurverbindingswegen als bermen en holle wegen is in de laatste decennia door de intensivering en de schaalvergroting in de landbouw en het verdwijnen van kleine landschapselementen echter enorm afgenomen. Dat is niet alleen funest voor de leefgebieden van planten en dieren maar ook voor de uitwisseling van de soorten.
Van de 650 km aan bermen in de 20 Zuid-Limburgse gemeenten blijkt dat er nog maar tien procent van deze leefgebieden (141 km) redelijk tot goed ontwikkeld is. Slechts drie procent van deze groene linten (44 km) is soortenrijk. Deze bermen zijn vooral te vinden in de gemeenten Gulpen-Wittem, Margraten, Valkenburg en Voerendaal. In de moderne agrarische en verstedelijkte landschappen zijn de bermen vaak de laatste uitwijkplaatsen waar bijzondere planten en dieren tot ontwikkeling kunnen komen.
Veiligheid en kosten
De directie Kennis van het ministerie van LNV onderzocht de mogelijkheden tot herstel en stelde vast dat de kennis over de natuurpotenties in bermen en het benodigde herstelbeheer bij de gemeenten onvoldoende ontwikkeld is. Gemeenten kijken bij het beheer van de verkeersbermen namelijk veelal naar de veiligheid voor de weggebruikers. Daarbij is het goedkoper om de bermen over grote afstanden te maaien (klepelen), waarbij het maaisel blijft liggen wat nadelig is voor de natuur. De bereidheid bij gemeenten om met die natuur rekening te houden is echter groot. Verder hebben de planten en dieren die aangewezen zijn op de bermen als leefgebied en verbindingsweg vooral te leiden van het moderne maaibeheer en de versnippering tussen de leefgebieden en de plaatselijke instroom van mest.
Door de bloemrijke bermen gefaseerd te maaien en het maaisel af te voeren, treedt een duidelijk herstel op van de rijkdom aan bloemen, maar evenzeer van insecten. Daarbij gaat het niet alleen om op de grond levende insecten als loopkevers, spinnen, mieren en snuitkevers. Maar evenzeer voor vliegende bloembezoekende insecten als hommels, bijen, zweefvliegen, vlinders, blad- en sluipwespen en kevers.
Overigens geldt dit beheer ook voor de geïsoleerde, bloemrijke graslanden die door een gericht beheer van deze groene linten met elkaar verknoopt worden. Gemeenten ervaren nog steeds knelpunten, zo bleek tijdens het symposium. Veel bermen worden steeds smaller omdat een enkele boer al ploegend steeds meer van de berm ‘afsnoept’. Ook particulieren gaan nog wel eens over tot het maaien, bijvoorbeeld omdat de berm er ‘strak bij moet liggen’ voorafgaand aan een processie. Ook het klepelen van bermen zorgt voor veel sterfte onder de insecten en het achterblijvend maaisel versterkt de verruiging.
Gebundelde kennis
Voor een verdere ontwikkeling van de bloemrijke bermen zijn de natuurbeherende instanties en landschapsbeherende organisaties als de stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg, IKL bereid om hun kennis over het beheer van de landschapselementen beschikbaar te stellen aan gemeenten.
Het beheer van de bermen zal daarbij vooral gericht zijn op het verhogen van de afwisseling in de bermen. Dat kan door brede, schrale bermen gefaseerd te maaien. Indien dit gebeurt dan kan veel natuurwinst geboekt worden. Door het maaisel apart af te voeren treedt bovendien een duidelijk herstel op van de rijkdom aan bloemen en insecten. Op deze wijze vindt er geen nadelige verrijking plaats en de insecten hebben nadrukkelijk ook een kans tot overleving. Verder kunnen de natuurwaarden ook verbeteren door de inzet van kleine schaapskuddes.
De onderzoekers die de natuurverkenning uitvoerden stellen daarnaast ook voor om actieplannen op te stellen voor belangrijke locaties die voor het behoud en herstel in aanmerking komen. De gemeente Gulpen-Wittem, Voerendaal en Valkenburg worden in dit verband als pilotgebieden genoemd.
Tenslotte pleitten de onderzoekers voor het aanwenden van de toeristenbelasting voor het beheer van het landschap in het algemeen en de kleine landschapselementen als bermen.
Het onderzoeksrapport Verkenning Herstel Kleinschalige infrastructuur Heuvelland kan gedownload worden.
Lezingen van het symposium:
Herstel van bloemrijkdom en insectenbezoek onderzocht door André Schaffers (Wageningen UR)Natuur in Limburgse bermen door Kars Veling (de Vlinderstichting)
Leefgebiedenbenadering Bermen door Paul Voskamp (provincie Limburg)
Bermenbeheer Voerendaal door Bjerre Bruins (gemeente Voerendaal)
![]()
