10-3-2006
De stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg, IKL is in de Doort in Echt begonnen met het heherstel van de Middeleeuwse schans-versterking ‘t Slötje. Het herstel bestaat uit het verwijderen van bomen en sststruiken, zodat de Middeleeuwse schans weer zichtbaar wordt. Het werk vindt plaats in het kader van het Provinciaal ararcheologieproject van IKL. De Schans is net als het natuurgebied De Doort eigendom van Staatsbosbeheer.
Het herstel bestaat uit het weer zichtbaar maken van de wallen en grachten van de oude Middeleeuwse versterking. Hierdoor kan dedeze historische plek weer een betekenis krijgen voor nieuwe generaties, aldus de achterliggende gedachte van het arcarcheologieproject 'Vooruit met ons Verleden'.
Het Slötje was in de Middeleeuwen een strategisch forticatie of versterking die lag tussen de moerassen. Vanaf 1267 behoorde Echt tot het Gebied van de hertogdommen van Gullik en Gelder. De grens werd gevormd door de beek, de Middelsgraaf. De benaming Doort stamt af van Dorent af van Dorenbosch: dit verwijst naar een plek begroeid met doornachtige heesters en struiken. Hier liggen nog de overblijfselen van ’t Slötje: De versterking heeft de vorm van een rechthoekige verhoging in het landschap. De wal is een meter hoog en vier meter breed.
Hier speelt ook de sage van de 'Juffrouw zonder kop’. Volgens dit oude volksverhaal zou deze in 1498 onthoofde adellijke dame, tijdens onheilsspellende nachten als een spookverschijning in dit gebied rondwaren en schuldig zijn aan diverse mysterieuze ververdwijningen. Dat zou de prijs zijn van de gruwelijke onthoofding door Echtenaren. Het verhaal gaat dat de onthoofde dame zich in iin een aangespannen wagen liet voorttrekken door twee zwarte bokken met vleermuisvlekken. De overlevering gaat dat er nog drie schatten en juwelenkisten van de vrouw in de bodem verzonken liggen.
Momenteel oogt het bos overdag vriendelijk. Via een bospad vanaf de parkeerplaats aan de Lange Akkerweg, ziet men al na korte tijd de restanten van ’t Slötje. De voormalige schans ligt strategisch op een lichte glooiing in het (moerassig) gebied tussen de beken De Middelsgraaf en De Kaanjelbeek. Deze beken dienen voor de afwatering van het ondiepe grondwater uit het natuurgebied. Verder was De Middelsgraaf al in de middeleeuwen de grens tussen Gulik en Gelder.
Het monument bestaat uit een met droge grachten omringde rechthoekige verhoging in het landschap. Deze is omgeven door een aarden wal van vier meter breed en een meter hoog, terwijl de hoeken iets hoger en breder zijn. De wal is niet meer over de gehele lengte in tact. Aan de buitenkant van deze wal loopt een eveneens vier meter brede gracht. Deze is drooggevallen. De restanten zijzijn begroeid met bomen, eiken en zoete kers en struiken.
Ter verbetering van de zichtbaarheid en de aantasting van de bodem haalt IKL de bomen en struiken op de aarden wal en in de grachten weg. De wortels van de bomen kunnen wanneer de boom bij een storm omwaait, het wallichaam en sporen in de bodem ververstoren. Verder verwijdert IKL ook bomen en het braamstruweel op de ruïne zelf. Het snoeihout wordt op takstapels gelegd, zodat dit weer een schuilplaats en voedselgelegenheid biedt voor kleine marterachtigen, muizen en vogels. Het werk wordt handmatig uituitgevoerd omdat op dit archeologisch waardevolle terrein geen machines mogen komen. Na dit herstelwerk zal Staatsbosbeheer het reguliere beheer opnemen.
De kosten van dit project bedragen 8.000 euro. Het Archeologieproject 'Vooruit met ons Verleden' is mede mogelijk met steun van SOS InteregIIIB SOSII, de Nationale Postcode Loterij en de Provincie Limburg.
Noot voor de pers:
Voor meer informatie: stichting IKL 0475-386430
