Hoogstam
Hoogstam

Hoogstam (17)

maandag, 19 april 2010 17:21

20 jaar HOOGSTAMACTIE IKL

door Sandi Mackowiak

Achtergrond: De bloesem van limburg

hgstmetkoeien.jpgDe karakteristieke Limburgse boomgaarden met hoogstamfruitbomen hebben in de afgelopen twintig jaar een opknapbeurt ondergaan, die nergens in Europa zijn weerga kent. In deze periode plantte IKL Limburg maar liefst 38.000 authentieke hoogstamfruitbomen. Daarnaast vonden grootschalige snoei- en herstelacties plaats in meer dan 1500 uiterst gevarieerde boomgaarden. In de bestaande oude boomgaarden knapten medewerkers van de Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg, IKL meer dan 22.000 oude fruitbomen op.

dinsdag, 13 oktober 2009 17:21

Steenuilen

door Sandi Mackowiak

Uilskuikens…

 

Mijn boomgaardje is net geen pril boomgaardje meer. De hoogstambomen dragen inmiddels soms meer fruit dan we op kunnen. Een paar jaar geleden hing ik een steenuilkast in de grootste boom. Eigenlijk tegen beter weten in misschien. Want bij mijn buurman die honderd meter verderop woont, broedt de steenuil jaarlijks en dat is behoorlijk dichtbij. Het leek me echter geweldig om ook zo´n kleine opdonder rond mijn huis te hebben spoken, dus toch maar geprobeerd.

steenuiltjes.jpgDit jaar broedde de steenuil voor het eerst in de nestkast. De kast die tot nu toe alleen nog maar door spreeuwen was gebruikt, vertoonde ineens twee duidelijke vettige plekken rond het gat. Kennelijk was dit de landingsplaats van de steenuilen. Ik had al vaker een steenuiltje gezien in mijn fruitwei en hem ook al opvallend dichtbij gehoord.

Vanwege enkele tijdelijke bezoekers in de boomgaard, had ik de helft van de gaard met raster afgezet. Het was voor de gasten ten strengste verboden om daarachter te komen. Een broedende vogel heeft immers rust nodig. Mijn zorg dat zelfs het rumoer van de gasten al teveel was, bleek onterecht. Enkele dagen later zaten er jonge steenuilen in mijn tuin! Tijdens een inspectie waarbij ik meteen het nestmateriaal ververste, bleken het er drie te zijn.

 

Spelletje spelen
Een week later stonden de vijf schapen die de wei korthouden een beetje vreemd bij elkaar. Hun nieuwsgierigheid was gewekt door een jonge steenuil die kennelijk uit het nest was gevallen. De dag daarna lag er weer een in het gras. De dagen daarna leken de uilskuikens er een spelletje van gemaakt te hebben. Uit het nest kukelen en dan vervolgens wachten tot ze weer teruggezet werden. Ze kropen hierbij ook op de gekste plekken weg en als ik ze oppakte probeerden ze me bang te maken door een klikkend geluid te produceren. De dagelijks naar beneden kukelende uilskuikens begonnen zo onderhand routine te worden. Mijn kinderen kwamen rond etenstijd nog even melden dat “er weer eentje in de wei ligt”. Dat terwijl ik er toch net een had teruggezet. Ik had nooit gedacht dat mijn uilenontmoeting zo vermoeiend zou zijn.

De uilkuikens zijn inmiddels uitgevlogen. Ze zullen wel een territorium voor zichzelf hebben gezocht. Dat is mooi en het scheelt een hoop werk. Maar toch mis ik ze soms. Stiekum hoop ik dat er volgend jaar weer jongen zitten die net zo’n uilskuikens zijn…

 

Steenuil in opmars
Dit is een ervaring van slechts één eigenaar van een steenuilennestkast. Er zijn natuurlijk veel meer verhalen van steenuilontmoetingen. Deze kleine uil komt in toenemende mate van noord naar zuid weer voor rond de boomgaarden. Dat is een goed teken. Dit blijkt uit het eerste jaarverslag van de Steenuilen Werkgroep Limburg. Sinds een jaar onderhouden zij samen met lokale werkgroepen de kasten. Op basis van de binnengekomen gegevens blijkt dat 2004 een goed jaar was voor de steenuil Limburg. Maar liefst 82 jonge uiltjes vlogen uit in het zuiden. In Noord-Limburg waren dat er 185. Ze komen zowel uit natuurlijke nesten als uit de steenuilenkasten.

De maatregelen om de teruggang van deze uitl een halt toe te roepen, lijken langzamerhand effect te sorteren. Een van die maatregelen is het ophangen van nestkasten in kansrijke leefgebieden voor de steenuil. Dit gebeurt sinds 1999 in provinciaal verband. Inmiddels hebben vrijwilligers de 1000ste nestkast opgehangen. Bij de controle van deze kasten blijkt echter dat een groot deel niet bewoond is of dat er andere vogelsoorten in gehuisvest zijn, met name de pimpel- en koolmees en de spreeuw. De reden dat nestkasten leeg staan, kan mede als oorzaak hebben dat ze niet op de goede locatie hangen. De Steenuilen Werkgroep neemt daarom in samenwerking met de lokale werkgroepen, de komende tijd de hangplaatsen van de kasten nog eens onder de loep.

Uit IKL Hoogstamnieuws, voorjaar 2005

dinsdag, 13 oktober 2009 17:15

Eikelmuis

door Sandi Mackowiak

Een gemaskerde gast in de boomgaard

 

Achter deze titel schuilt een muis die zich graag ophoudt in een kleinschalig cultuurlandschap. Kleine bossages, stenige objecten, bomen en rommelhoekjes hebben zijn voorkeur. Hoogstamboomgaarden zijn een waar hof van Eden voor hem. Zuid-Limburg lijkt dus de ideale plek voor de eikelmuis. Want daar gaat het over. Vroeger regelmatig gezien in de kist met appels op de boerderij, nu nagenoeg uit het beeld verdwenen. Maar sprankjes hoop zijn er, getuige recente waarnemingen.

De eikelmuis Eliomys quercinus behoort tot de slaapmuizen. Hij heeft net als alle slaapmuizen een dikke grijsbruine vacht met witte onderzijde en een lange grijsbruine staart die uitloopt in een pluim. Zijn 8 tot 14 cm lange staart is bijna evengroot als de 10 tot 15 cm die hijzelf is. Daarbij is het geen zwaargewicht met zijn 50 tot 120 gram. Net als de andere slaapmuizen is de eikelmuis een nachtdier en een uitstekende klimmer, maar hij komt meer op de grond dan zijn verwanten zoals de hazelmuis.

De eikelmuis is minder aan echte bossen gebonden en voelt zich in een kleinschalig cultuurlandschap met bossages, verwilderde tuinen, stenige objecten en hoogstamboomgaarden in zijn element. Hij houdt van echte rommelhoekjes met vervallen schuurtjes en takkenhopen. Deze elementen bieden eet- en nestgelegenheid en een goede schuilplaats. Door zijn verborgen levenswijze wordt hij echter zelden opgemerkt. Deze middelgrote slaapmuis komt in Nederland alleen nog in de Zuidlimburgse hellingbossen voor.

 

Hoogstam, een waar paradijs
Hoogstamboomgaarden leveren een belangrijke bijdrage aan het uitgebreide menu van deze kleine alleseter met zijn fraaie zwarte gezichtsmasker. Gedurende het seizoen vindt hij in gemengde boomgaarden alles van zijn gading. In het voorjaar zijn dat vooral de kers en aardbei, in de zomer appel, peer en pruim en in het najaar appels. Verder is hij dol op huisjesslakken, insecten en zaden en vult hij zijn kostje af en toe aan met jonge vogels en bosmuizen.

Daarnaast bieden de bomen een goede slaapgelegenheid voor de lange winterslaap. Van oktober tot april slaapt hij in zijn nest van takjes en bladeren, opgerold als een bolletje. Maar hij slaapt ook goed in oude schuren en nestkasten. Nadat hij uit deze lange slaap is ontwaakt, wordt het tijd om voor nageslacht te zorgen. Deze periode loopt tot eind juli. Gemiddeld bestaat een worp uit vier tot zes jongen. Eikelmuizen worden over het algemeen niet ouder dan drie jaar.

 

Hoop doet leven
Van oudsher kwam hij in ons land in een 15-tal gebieden voor. In het najaar was hij een regelmatig geziene gast op boerderijen, wanneer de kisten met appels gestapeld op het achtererf stonden. In de loop der jaren is echter een sterke achteruitgang waargenomen in het voorkomen van de eikelmuis. De laatste jaren zijn alleen nog uit het Savelsbos tekenen van leven gekomen. Maar ook hier waren waarnemingen schaars. Dit jaar zijn er gelukkig bij Cadier & Keer en Rijckholt weer eikelmuizen aangetroffen, waaronder een nest met jongen. Dit geeft hoop en blijkt dat de inzet voor het behoud van zijn leefgebied niet voor niets is.

 

Oproep
Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het voorkomen van de eikelmuis zijn waarnemingen van groot belang. Daarom doen we een oproep aan iedereen die dit beestje heeft gezien om de gegevens zoals datum en locatie door te geven. Dat kan bij de stichting IKL: 0475-386430

Uit IKL Hoogstamnieuws, voorjaar 2005

dinsdag, 13 oktober 2009 17:07

De pimpelmees

door Sandi Mackowiak


Een grote hulp in een klein jasje

 

Het is lekker buiten. Windstil met een vrolijk zonnetje. Het voorjaar hangt in de lucht. Zo is het goed toeven tussen de hoogstambomen. Vogels maken ruzie in de boom of scharrelen wat op de grond. Aan de dunne twijgjes balanceren enkele meesteracrobaten op zoek naar voedsel. Het lijkt alsof dit hen nauwelijks moeite kost. Hun lichtblauwe petjes en gele buiken vallen meteen op tussen de kale takken. Er klinkt een helder belletje in de boomgaard. Nu weet je het zeker. Pimpelmezen.

 

Pimpelmezen zijn het hele jaar druk in de weer. Het zijn echte boommezen. Ze zoeken het in de bomen hoger op en zijn veel minder op de grond te zien dan hun groter neven de koolmezen. Deze lichtgewichten hebben weinig moeite om ondersteboven aan dunne twijgjes te hangen en insecten uit takken en voorjaarsknoppen te peuteren. Het zijn graag geziene gasten in een bongerd, want ze leveren een belangrijke bijdrage aan de  bestrijding van schadelijke insecten.

 

Naast de mezen zijn de specht, tjiftjaf, tuinfluiter, roodstaart, boomkruiper en boomklever ook belangrijke natuurlijke bestrijders van schadelijke insectenplagen in de boomgaard. Vogels ruimen relatief gezien meer schadelijke dan nuttige insecten op omdat dikke rupsen en poppen veel aantrekkelijker zijn dan lieveheersbeestjes, gaasvliegen en sluipwespen. Zeker ook wanneer ze jongen moeten grootbrengen. Dan verorberen ze er twee keer zoveel. Daarbij komt dat vogels eten wat het meest voor de snavel komt. Dat zullen vooral insecten zijn die zich tot een plaag hebben uitgebreid.

 

Bij het onderhoud van de boomgaard is selectief gebruik van bestrijdingsmiddelen al lang ingeburgerd. Op deze manier worden de natuurlijke vijanden van plaagdieren zoveel mogelijk gespaard. Het aantrekken van broedparen van insectenetende vogels is een van de manieren om schadelijke plaagdieren op een natuurlijke manier te lijf te gaan. In een hoogstamboomgaard staan meestal bomen met een gevarieerde leeftijd. Daardoor zijn er holtes en andere kleine openingen in de bomen te vinden. Mezen maken daarvan graag gebruik bij het maken van hun nest. Als er echter onvoldoende broedgelegenheid is in de boomgaard, kunnen deze vogels wegblijven. Daarom is het zinvol om nestkasten op te hangen.

 

Bouwtekening van een pimpelmezenkast
Het is helemaal niet zo moeilijk om deze vogeltjes te helpen. Met enkele planken, een zaag en wat spijkers komt men een heel eind. Binnenmaten van de nestkast: 262 hoog x 110 breed x 134mm. diep. De invliegopening van de pimpelmeeskast is maximaal ø 27 mm. (niet groter maken, anders komt de koolmees er in). De ophanghoogte is twee tot drie meter. Gebruik stevig hout van minimaal 15-20 mm. dik. Zorg dat de kast open kan, zodat deze na de broed schoongemaakt kan worden. Om inregenen te voorkomen is het handig om ook een overhangend dak te maken. Bedek dit eventueel met asfaltpapier. Hang de invliegopening naar het zuidoosten. Het is van belang om de nestkast na het broedseizoen in juli schoon te maken.

Uit IKL Hoogstamnieuws, voorjaar 2002

dinsdag, 13 oktober 2009 17:03

De wielewaal

door Sandi Mackowiak


Dudeljo klinkt zijn lied…

 

Wie kent hem nog? Een vogel ter grootte van een merel met een geelzwart verenkleed en een rode snavel? Zijn roep, wielewaal, doet mij meteen denken aan een tropische vogel en zorgt voor opwinding. Mijn zintuigen concentreren zich, want ik wil deze vogel op zijn minst nog eens horen en als het kan zelfs zien. Ik weet dat dit laatste moeilijk is want het dier vertoeft meestal in de boomkruin. Vaak is het een Canadese populier van waaruit de wielewaal zijn eigen naam roept. Net zoals bij vele andere vogels hebben de mensen dit dier die naam gegeven die ze als een klanknabootsing denken te horen. Andere voorbeelden zijn onder andere de koekoek, tjiftjaf, kievit, grutto, wulp en oehoe.

 

Als ik weer eeens een wielewaal hoor denk ik weer terug aan mijn jeugd. Helaas gebeurt dit nog maar zelden en is dit beperkt tot enkele malen per jaar. Als vijftienjarige jongen keek ik steeds meer naar vogels. Een eenvoudige verrekijker die ik had gespaard van mijn beperkt wekelijks zakgeld, gaf me enorm veel genot. Vooral in het voorjaar als alle mannetjes vogels hun best deden om zich maar te laten horen om een vrouwtje te lokken, trok ik erop uit. De waarnemingen van de wielewaal zijn me altijd bijgebleven.

 

Het beste excursiegebied voor deze soort voor mij was het gehucht Waterval, dat bestond uit 22 huizen en boerderijen. Door dit gehucht stroomde de Watervalderbeek. Deze was toen nog omgeven was door hakhoutbosjes, aanplant van Canadese populieren, hoogstamboomgaarden en weilanden. Vanaf de eerste week van mei was er de roep van de wielewaal te horen. Diverse roepende mannetjes deden hun best om zich zo goed mogelijk te laten horen. Het is vooral de roep die opvalt; de zang is een minder ver hoorbaar gebrabbel en doet een beetje denken aan de zang van de vlaamse gaai. Als de mannetjes pas terug zijn uit het diepe Afrika zijn ze minder alert ten opzichte van hun schuwheid naar mensen en besteden ze alle aandacht aan het lokken van de vrouwtjes en het verdedigen van hun gebied tegen concurrerende mannetjes. Mijn oom, een bekend stroper in deze contreien, zei zelfs: “in deze tijd van het jaar moet je goed opletten want ze vliegen je je pet van je hoofd.” En inderdaad. ’s Morgensvroeg was de beste tijd om op pad te gaan en je kon dan vrij makkelijk de vogels bekijken. Ook de omringende kersenboomgaard werd goed bezocht als de vruchten rijp waren. Eén keer is het me gelukt om een bezet nest te vinden. In een vork van twee twijgen van een Canadese populier was een nest geweven van grashalmen en dunne twijgjes. Dit nest zat op ongeveer acht meter hoogte en was vanaf de doorgaande verharde weg door Waterval goed te zien. Waarschijnlijk te goed, want bij mijn volgend bezoek was het nest leeg. Van de dader ontbrak elk spoor.

 

Tegenwoordig kom ik deze vogel nog slechts in de populierenbosjes langs de Maas tegen. In mijn telgebied ten noorden van Maastricht bij Itteren en Borgharen, broedt deze soort nog elk jaar in een populieren bosje van vijf hectare groot. Al vele jaren heb ik de vogel niet meer gezien. Waarschijnlijk gun ik mezelf geen tijd om tussen de bomen op zoek te gaan naar degene die het prachtig opvallend geluid produceert.

 

De prachtige hellingbossen in Zuid-Limburg herbergen nog maar enkel broedparen. Rond 1970 waren nog zeven territoria bezet op de Meerssener heide (tegenwoordig de Dellen genoemd), die ongeveer 50 hectare groot is. De laatste jaren broedt hier geen enkel paar meer. Dit geldt ook voor het Bunderbos en zelfs voor het Savelsbos. Zou het kappen van de hoogstamboomgaarden bij het Savelsbos hier iets mee te maken hebben? Het zou kunnen, al gebiedt de eerlijkheid mij te bekennen dat er rondom de Meerssener heide geen enkel hoogstamboomgaard in die tijd aanwezig was.

Walther van der Coelen
IKL Hoogstamnieuws, voorjaar 2003

dinsdag, 13 oktober 2009 16:59

Hommels en hoogstamboomgaarden

door Sandi Mackowiak

 

Boomgaardeigenaren hebben een zwak voor bijen en hommels. Dat is overigens niet zonder eigenbelang. Naast een groot aantal andere insecten spelen zij een erg belangrijke rol bij de kruisbestuiving van de bloesem tussen de bomen onderling. En daarmee zorgen zij voor de bevruchting en de vruchtvorming. De aandacht gaat niet geheel ten onterechte meestal uit naar honingbijen. Zij bestuiven welhaast 80 procent van alle bloemen.

 

Over de hommel valt echter ook het een en het ander te vertellen.In het voorjaar sticht een hommelkoningin alleen een volk, opdat er in juli nieuwe koninginnen en mannetjes voortgebracht kunnen worden. Zoiets lukt alleen als er voldoende nectar en stuifmeel in het groeiseizoen en binnen vliegbereik voorhanden is. Hommels leggen bij het zoeken van nectar een hoge vlijt aan de dag. Zo schijnen ze per minuut twee keer zoveel bloemen te bezoeken als een honingbij. Daarbij zijn ze vanwege hun afmetingen in staat om relatief zware lasten te dragen, waardoor ze langere vluchten kunnen maken.


Door hun grootte zijn ze bovendien beter in staat om in contact te komen met de meeldraden en stampers. Anderzijds zijn er ook bloemen die vanwege hun afmetingen niet toegankelijk zijn. Wel zijn hommels beter tegen diverse weersomstandigheden bestand. Ze zijn nog actief tot circa 5 graden Celsius.

 

Een nadeel is wellicht dat hommels in tegenstelling tot honingbijen niet bloem- en plaatsvast zijn. Zo kan een hommel van een paardebloem naar een appelbloem om vervolgens naar een laat bloeiende peer te vliegen. Dit is niet altijd even doeltreffend voor de kruisbestuiving, Ook hebben ze geen communicatiesysteem, zoals honingbijen. Zij brengen via hun taal elkaar op de hoogte van andere voedselbronnen. Hiermee zorgen ze er voor dat wel 80 procent van de bloeiende bomen en planten in het landschap bestoven wordt door bijen. Dat neemt niet weg dat hommels tijdens de fruitbloei een niet te onderschatten bijdrage leveren aan de bestuiving en vruchtzetting van bomen.

 

In de tomatenteelt worden onder meer hommelkasten gebruikt. Voor een boomgaard is dat echter niet zinvol. Immers een hommelvolk dat door een handelaar geleverd wordt bestaat aanvankelijk uit 60 tot hooguit 90 werksters. Een bijenvolk daarentegen is veel goedkoper en telt tussen de 30 tot  60.000 honingbijen. Bovendien zijn hommels, alhoewel enige soorten bedreigd zijn, nog altijd van nature aanwezig in de omgeving. Honingbijen leven niet in het wild. Ze zijn altijd eigendom van een imker.

 

Aangezien diverse hommelsoorten al uitgestorven zijn is het van belang dat bij het beheer en onderhoud van de omgeving van de boomgaard rekening wordt gehouden met de nesten van hommels. Deze bevinden zich in oude muizenholtes, in struwelen, wegbermen en andere enigszins onbeheerde delen in de boomgaard. Na de paring in de zomermaanden gaat de hommel eind augustus op deze plaats in winterslaap.


Hommels en bijen. Niet alleen de eigenaar van de boomgaard plukt de vruchten van hun belangrijk werk, maar ook andere planten en bomen in de buurt. Voor hun voortbestaan zijn diverse planten als het vingerhoedskruid, veldsalie, smeerwortel, zwart-blauwe rapunzel en de rode klaver afhankelijk van de bestuiving door de hommel. Andere planten vormen op hun beurt weer een veelvoud aan zaden of zaaddragende vruchten, waarmee hun voortbestaan verzekerd wordt. Bovendien vormen de zaden of vruchten weer een belangrijke voedselbron voor diverse dieren.


Tekst Peter Elshout, imker en leraar bijenteelt Susteren
IKL Hoogstamnieuws, voorjaar 1999

 

kramsvogel.jpgIn Limburg wordt de Kramsvogel vaak geassocieerd met hoogstamboomgaarden. Het verband tussen deze lijstersoort, nauw verwant aan de Merel en Grote Lijster is dan ook evident. Ruim de helft van alle Limburgse Kramsvogels broedt in hoogstamboomgaarden.

 

De soort heeft binnen Limburg een beperkte verspreiding, in slechts zeven procent van de door de provincie Limburg onderzochte kilometerhokken is hij aangetroffen. Het merendeel van de Kramsvogels komt voor in het westelijk deel van het Heuvelland tussen Eijsden-Meerssen-Epen. Verder komen er broedparen voor in het Maasdal noordelijk tot Roermond en in het Roerdal. Daarbuiten komen verspreid enkele solitaire paren voor.


In tegenstelling tot de andere lijsterachtigen in Nederland, broedt de Kramvogel in kolonies. Dat heeft als voordeel dat predatoren eerder opgemerkt en verjaagd kunnen worden. Dit is zeker nodig omdat Kramsvogels doorgaans weinig moeite doen om hun nesten zorgvuldig te verbergen.

 

De kramsvogel op z’n retour
De Kramsvogel broedt nog niet eens zo lang in onze provincie. Eind jaren zestig vestigden de eerste vogels zich in het zuiden. Deze vogels waren afkomstig uit het Rijnland en de Ardennen. Rond 1984 slaat het broeden in Limburg goed aan en rond 1990 bereikt de stand in Limburg een hoogtepunt met ruim 700 broedparen. Daarna zet een dramatische afname in, waardoor de huidige Limburgse populatie waarschijnlijk tot onder de 200 broedparen is gezakt.


De oorzaak van deze achteruitgang is waarschijnlijk tweeledig. Er is een tot nu toe onbekende factor, die over een groot gebied de achteruitgang bepaalt. Niet alleen in Zuid-Limburg maar ook in het aangrenzende Wallonië en Rijnland is de soort recentelijk op zijn retour. Het is vooralsnog onduidelijk waar dit aan ligt. Lokaal gezien is er ook het een en ander veranderd. Veel hoogstamboomgaarden zijn gerooid, denk hierbij aan de recente vellingen bij Eckelrade. Naast hoogstamboomgaarden hebben Kramsvogels vochtige weilanden met een goed ontwikkelde bodemfauna nodig om succesvol een broedsel groot te brengen. Verdroging en het omzetten van gras- in bouwland speelt een rol bij de geconstateerde afname.

 

Een schrale troost
Onduidelijk is of de afname tijdelijk dan wel structureel is. Mocht de Kramsvogel als broedvogel verdwijnen dan is een schrale troost dat deze lijster in behoorlijke aantallen in Limburg overwintert. Deze uit Scandinavië afkomstige Kramsvogels zijn dan in de gehele provincie aan te treffen. De vogels bezoeken ook, soms in grote getale, de hoogstamboomgaarden. Hierbij wordt dan druk gefoerageerd op het aanwezige valfruit.


Hoe dan ook blijft de instandhouding van de hoogstammen van belang voor de Limburgse en zeker ook voor de Nederlandse populatie. Minstens 80 procent van alle Kramsvogels in Nederland broedt immers in Limburg. Wellicht is het aan te bevelen om na de oogst niet al het valfruit uit de boomgaard te verwijderen, zodat de wintergasten zich kunnen laven aan een welgevulde dis.


Boena van Noorden
Provincie Limburg, afdeling Groen.
IKL Hoogstamnieuws, voorjaar 2001

dinsdag, 13 oktober 2009 16:34

Dieren in hoogstam

door Sandi Mackowiak

 

De hoogstamboomgaard is een belangrijke leefgebied of stapsteen tussen leefgebieden voor insecten, kleine zoogdieren en vogels. De boomgaard biedt voedsel, nest- en schuilgelegenheid.

Over enkele soorten is in het Hoogstamnieuws geschreven. Deze artikelen kunt u op onze site vinden.

 

Eikelmuis 

Pimpelmees

Steenuilen

Hommels

Wielewaal

Kramsvogel

 

 

dinsdag, 14 juli 2009 14:56

Subsidieregelingen hoogstam

door Sandi Mackowiak

 

Wilt u hoogstambomen of heggen aanplanten? Of wilt u hulp bij het snoeien van uw bomen?

Dan kan IKL u helpen.

 

Er zijn diverse subsidieregelingen waar u wellicht voor in aanmerking komt.

 

Hieronder staan deze regelingen op een rij. Als u doorklikt dan krijgt u per regeling de specifieke voorwaarden waar u aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor een financiële tegemoetkoming.

plantmateriaalhgst.jpg plantgatmakenhgst.jpg
plantenhgst.jpg jongehgst.jpg

 

logo-prov-met-tekstje-gesub logo-eu-pop2

 

Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is eindverantwoordelijk voor POP2

in Nederland waarmee dit project medegefinancierd wordt.

dinsdag, 17 maart 2009 12:50

Bloesemkalender

door Sandi Mackowiak

Het voorjaar hangt in de lucht, de bloesem kriebelt in de buik.

Tijd om er weer op uit te trekken en te genieten van het ontluikende landschap. Trekkers van formaat zijn de bloeiende hoogstamboomgaarden in Zuid-Limburg. 

Op de Bloesemkalender http://www.bloeseminlimburg.nl/ staan tal van activiteiten gerelateerd aan de hoogstam in bloei. Kortom genoeg te doen in het Zuid-Limburgse landschap. Geniet ervan!

hgstcompilatie3.jpg

 

Pagina 1 van 2