Kramsvogels en hoogstammen, hoe lang nog

 

kramsvogel.jpgIn Limburg wordt de Kramsvogel vaak geassocieerd met hoogstamboomgaarden. Het verband tussen deze lijstersoort, nauw verwant aan de Merel en Grote Lijster is dan ook evident. Ruim de helft van alle Limburgse Kramsvogels broedt in hoogstamboomgaarden.

 

De soort heeft binnen Limburg een beperkte verspreiding, in slechts zeven procent van de door de provincie Limburg onderzochte kilometerhokken is hij aangetroffen. Het merendeel van de Kramsvogels komt voor in het westelijk deel van het Heuvelland tussen Eijsden-Meerssen-Epen. Verder komen er broedparen voor in het Maasdal noordelijk tot Roermond en in het Roerdal. Daarbuiten komen verspreid enkele solitaire paren voor.


In tegenstelling tot de andere lijsterachtigen in Nederland, broedt de Kramvogel in kolonies. Dat heeft als voordeel dat predatoren eerder opgemerkt en verjaagd kunnen worden. Dit is zeker nodig omdat Kramsvogels doorgaans weinig moeite doen om hun nesten zorgvuldig te verbergen.

 

De kramsvogel op z’n retour
De Kramsvogel broedt nog niet eens zo lang in onze provincie. Eind jaren zestig vestigden de eerste vogels zich in het zuiden. Deze vogels waren afkomstig uit het Rijnland en de Ardennen. Rond 1984 slaat het broeden in Limburg goed aan en rond 1990 bereikt de stand in Limburg een hoogtepunt met ruim 700 broedparen. Daarna zet een dramatische afname in, waardoor de huidige Limburgse populatie waarschijnlijk tot onder de 200 broedparen is gezakt.


De oorzaak van deze achteruitgang is waarschijnlijk tweeledig. Er is een tot nu toe onbekende factor, die over een groot gebied de achteruitgang bepaalt. Niet alleen in Zuid-Limburg maar ook in het aangrenzende Wallonië en Rijnland is de soort recentelijk op zijn retour. Het is vooralsnog onduidelijk waar dit aan ligt. Lokaal gezien is er ook het een en ander veranderd. Veel hoogstamboomgaarden zijn gerooid, denk hierbij aan de recente vellingen bij Eckelrade. Naast hoogstamboomgaarden hebben Kramsvogels vochtige weilanden met een goed ontwikkelde bodemfauna nodig om succesvol een broedsel groot te brengen. Verdroging en het omzetten van gras- in bouwland speelt een rol bij de geconstateerde afname.

 

Een schrale troost
Onduidelijk is of de afname tijdelijk dan wel structureel is. Mocht de Kramsvogel als broedvogel verdwijnen dan is een schrale troost dat deze lijster in behoorlijke aantallen in Limburg overwintert. Deze uit Scandinavië afkomstige Kramsvogels zijn dan in de gehele provincie aan te treffen. De vogels bezoeken ook, soms in grote getale, de hoogstamboomgaarden. Hierbij wordt dan druk gefoerageerd op het aanwezige valfruit.


Hoe dan ook blijft de instandhouding van de hoogstammen van belang voor de Limburgse en zeker ook voor de Nederlandse populatie. Minstens 80 procent van alle Kramsvogels in Nederland broedt immers in Limburg. Wellicht is het aan te bevelen om na de oogst niet al het valfruit uit de boomgaard te verwijderen, zodat de wintergasten zich kunnen laven aan een welgevulde dis.


Boena van Noorden
Provincie Limburg, afdeling Groen.
IKL Hoogstamnieuws, voorjaar 2001