Boomgaardeigenaren hebben een zwak voor bijen en hommels. Dat is overigens niet zonder eigenbelang. Naast een groot aantal andere insecten spelen zij een erg belangrijke rol bij de kruisbestuiving van de bloesem tussen de bomen onderling. En daarmee zorgen zij voor de bevruchting en de vruchtvorming. De aandacht gaat niet geheel ten onterechte meestal uit naar honingbijen. Zij bestuiven welhaast 80 procent van alle bloemen.
Over de hommel valt echter ook het een en het ander te vertellen.In het voorjaar sticht een hommelkoningin alleen een volk, opdat er in juli nieuwe koninginnen en mannetjes voortgebracht kunnen worden. Zoiets lukt alleen als er voldoende nectar en stuifmeel in het groeiseizoen en binnen vliegbereik voorhanden is. Hommels leggen bij het zoeken van nectar een hoge vlijt aan de dag. Zo schijnen ze per minuut twee keer zoveel bloemen te bezoeken als een honingbij. Daarbij zijn ze vanwege hun afmetingen in staat om relatief zware lasten te dragen, waardoor ze langere vluchten kunnen maken.
Door hun grootte zijn ze bovendien beter in staat om in contact te komen met de meeldraden en stampers. Anderzijds zijn er ook bloemen die vanwege hun afmetingen niet toegankelijk zijn. Wel zijn hommels beter tegen diverse weersomstandigheden bestand. Ze zijn nog actief tot circa 5 graden Celsius.
Een nadeel is wellicht dat hommels in tegenstelling tot honingbijen niet bloem- en plaatsvast zijn. Zo kan een hommel van een paardebloem naar een appelbloem om vervolgens naar een laat bloeiende peer te vliegen. Dit is niet altijd even doeltreffend voor de kruisbestuiving, Ook hebben ze geen communicatiesysteem, zoals honingbijen. Zij brengen via hun taal elkaar op de hoogte van andere voedselbronnen. Hiermee zorgen ze er voor dat wel 80 procent van de bloeiende bomen en planten in het landschap bestoven wordt door bijen. Dat neemt niet weg dat hommels tijdens de fruitbloei een niet te onderschatten bijdrage leveren aan de bestuiving en vruchtzetting van bomen.
In de tomatenteelt worden onder meer hommelkasten gebruikt. Voor een boomgaard is dat echter niet zinvol. Immers een hommelvolk dat door een handelaar geleverd wordt bestaat aanvankelijk uit 60 tot hooguit 90 werksters. Een bijenvolk daarentegen is veel goedkoper en telt tussen de 30 tot 60.000 honingbijen. Bovendien zijn hommels, alhoewel enige soorten bedreigd zijn, nog altijd van nature aanwezig in de omgeving. Honingbijen leven niet in het wild. Ze zijn altijd eigendom van een imker.
Aangezien diverse hommelsoorten al uitgestorven zijn is het van belang dat bij het beheer en onderhoud van de omgeving van de boomgaard rekening wordt gehouden met de nesten van hommels. Deze bevinden zich in oude muizenholtes, in struwelen, wegbermen en andere enigszins onbeheerde delen in de boomgaard. Na de paring in de zomermaanden gaat de hommel eind augustus op deze plaats in winterslaap.
Hommels en bijen. Niet alleen de eigenaar van de boomgaard plukt de vruchten van hun belangrijk werk, maar ook andere planten en bomen in de buurt. Voor hun voortbestaan zijn diverse planten als het vingerhoedskruid, veldsalie, smeerwortel, zwart-blauwe rapunzel en de rode klaver afhankelijk van de bestuiving door de hommel. Andere planten vormen op hun beurt weer een veelvoud aan zaden of zaaddragende vruchten, waarmee hun voortbestaan verzekerd wordt. Bovendien vormen de zaden of vruchten weer een belangrijke voedselbron voor diverse dieren.
Tekst Peter Elshout, imker en leraar bijenteelt Susteren
IKL Hoogstamnieuws, voorjaar 1999
