De pimpelmees


Een grote hulp in een klein jasje

 

Het is lekker buiten. Windstil met een vrolijk zonnetje. Het voorjaar hangt in de lucht. Zo is het goed toeven tussen de hoogstambomen. Vogels maken ruzie in de boom of scharrelen wat op de grond. Aan de dunne twijgjes balanceren enkele meesteracrobaten op zoek naar voedsel. Het lijkt alsof dit hen nauwelijks moeite kost. Hun lichtblauwe petjes en gele buiken vallen meteen op tussen de kale takken. Er klinkt een helder belletje in de boomgaard. Nu weet je het zeker. Pimpelmezen.

 

Pimpelmezen zijn het hele jaar druk in de weer. Het zijn echte boommezen. Ze zoeken het in de bomen hoger op en zijn veel minder op de grond te zien dan hun groter neven de koolmezen. Deze lichtgewichten hebben weinig moeite om ondersteboven aan dunne twijgjes te hangen en insecten uit takken en voorjaarsknoppen te peuteren. Het zijn graag geziene gasten in een bongerd, want ze leveren een belangrijke bijdrage aan de  bestrijding van schadelijke insecten.

 

Naast de mezen zijn de specht, tjiftjaf, tuinfluiter, roodstaart, boomkruiper en boomklever ook belangrijke natuurlijke bestrijders van schadelijke insectenplagen in de boomgaard. Vogels ruimen relatief gezien meer schadelijke dan nuttige insecten op omdat dikke rupsen en poppen veel aantrekkelijker zijn dan lieveheersbeestjes, gaasvliegen en sluipwespen. Zeker ook wanneer ze jongen moeten grootbrengen. Dan verorberen ze er twee keer zoveel. Daarbij komt dat vogels eten wat het meest voor de snavel komt. Dat zullen vooral insecten zijn die zich tot een plaag hebben uitgebreid.

 

Bij het onderhoud van de boomgaard is selectief gebruik van bestrijdingsmiddelen al lang ingeburgerd. Op deze manier worden de natuurlijke vijanden van plaagdieren zoveel mogelijk gespaard. Het aantrekken van broedparen van insectenetende vogels is een van de manieren om schadelijke plaagdieren op een natuurlijke manier te lijf te gaan. In een hoogstamboomgaard staan meestal bomen met een gevarieerde leeftijd. Daardoor zijn er holtes en andere kleine openingen in de bomen te vinden. Mezen maken daarvan graag gebruik bij het maken van hun nest. Als er echter onvoldoende broedgelegenheid is in de boomgaard, kunnen deze vogels wegblijven. Daarom is het zinvol om nestkasten op te hangen.

 

Bouwtekening van een pimpelmezenkast
Het is helemaal niet zo moeilijk om deze vogeltjes te helpen. Met enkele planken, een zaag en wat spijkers komt men een heel eind. Binnenmaten van de nestkast: 262 hoog x 110 breed x 134mm. diep. De invliegopening van de pimpelmeeskast is maximaal ø 27 mm. (niet groter maken, anders komt de koolmees er in). De ophanghoogte is twee tot drie meter. Gebruik stevig hout van minimaal 15-20 mm. dik. Zorg dat de kast open kan, zodat deze na de broed schoongemaakt kan worden. Om inregenen te voorkomen is het handig om ook een overhangend dak te maken. Bedek dit eventueel met asfaltpapier. Hang de invliegopening naar het zuidoosten. Het is van belang om de nestkast na het broedseizoen in juli schoon te maken.

Uit IKL Hoogstamnieuws, voorjaar 2002