Een poel in het voorjaar zonder kikkerkoren is als een opera zonder ouverture…… Zonder poelen echter geen amfibieën. Als voortplantingsplaats zijn ze namelijk van levensbelang voor de soort. Helaas zijn veel poelen verdwenen. Verscheidene natuurorganisaties, waaronder de stichting IKL, zetten zich met vereende krachten in om de leefgebieden voor amfibieën te verbeteren. Vrijwilligers kunnen daarbij ook een grote bijdrage leveren aan het behoud van onze poelen voor kikkers, padden en salamanders.
Poelen, vennen, vijvers, grachten, verzonken drinkbakken, slootjes: eigenlijk alle schone wateren die niet te snel stromen én op een bereikbare plaats liggen, zijn voor amfibieën van levensbelang. Water functioneert namelijk als voortplantingsplaats voor kikkers en salamanders. Zodra in het voorjaar de temperatuur van het water en de buitenlucht op gaat lopen, begint de trek van de amfibieën naar het water. De dieren komen uit de vorstvrije, beschutte plekken of de modder van een poel die ze als overwinteringplaats hebben gekozen en gaan op zoek naar een waterbiotoop.
Vanaf februari/maart kunnen de eerste soorten amfibieën, zoals de gewone pad of de bruine kikker, zoekend naar een partner of parend in het water aangetroffen worden.
In augustus/september kan men nog late soorten aantreffen, zoals de geelbuikvuurpad en de kamsalamander. Overigens verlaten alle volwassen vrouwtjes het water kort na de eiafzetting. Mannetjes kunnen langer in het water blijven, de vrouwtjes wisselen elkaar af. De meeste soorten zullen echter vochtigere plaatsen blijven opzoeken. Het landbiotoop is van even groot belang als de voortplantingspoel. Het merendeel van de tijd brengen de meeste amfibieën namelijk gewoon op het land door. Kruiden en struweelachtige begroeiing van heggen, houtwallen, graften en (natte) bosjes hebben daarbij de voorkeur.
Het hele jaar door
Het water wordt dus door de meeste amfibieën alleen maar opgezocht om zich voort te planten. Kikkers zetten hun eitjes af als een vormeloze massa (kikkerdril). Padden leggen slierten (paddensnoeren) aan tussen waterplanten of op de bodem. Salamanders zetten hun eieren één voor één af op waterplanten.
In goede voortplantingspoelen kan men een heel jaar rond amfibieën in diverse ontwikkelingsstadia aantreffen. Larven van bijvoorbeeld de vroedmeesterpad, groene kikker, alpenwatersalamander, kamsalamander en vinpootsalamander kunnen overwinteren in het water. In maart/april kan men alweer de eerste larven aantreffen van de bruine kikker en de gewone pad.
Kikkerprovincie
Limburgs was ook eens een echte kikkerprovincie. Poelen, vennen, vijvers, grachten en verzonken drinkbakken kon men overal aantreffen. De poelen lagen vroeger doorgaans in de veeweiden, waar ze gegraven door de boeren, fungeerden als drinkplaats voor het vee. Ook dienden ze als reservoir voor bluswater of voor het wateren van hout. Andere watertjes ontstonden door het weghalen van klei of het steken van turf.
Die aanwezigheid van waterbiotopen droeg bij aan de grote variatie aan amfibieën. Nog steeds leven er in Limburg 15 soorten amfibieën, te weten tien kikkerachtigen (zeven soorten kikkers en drie padden) en vijf salamanders. In dit opzicht is Limburg een welhaast unieke provincie.

