Hoogstamboomgaarden worden steeds belangrijker voor onze leefomgeving. Heel veel diersoorten (meer dan 1500) zijn intussen afhankelijk van onze boomgaarden. Men denkt dan vooral aan bijen, insecten, vogels en zoogdieren.

Een eilandje vol biodiversiteit mag je onze boomgaard wel noemen. In de boomgaarden wordt de bodem zelden of nooit gekeerd. Daar verzorgen organismen zoals bacteriën en schimmels maar ook de regenwormen de voeding voor de boomwortels. De grasmat is gevarieerd en daardoor van levensbelang voor veel insectensoorten. Sterker nog, het zijn vaak de enige plekken in omtrek waar zij hun levenscyclus nog kunnen vervolmaken.

212

Vervolgens bieden de bomen een overweldigende hoeveelheid bloesem over een langere periode. Dat start al in de laatste weken van maart als de bloemen van de vroege pruimen opengaan zoals o.a. Early Laxton en Monsieur Hativ. Vervolgens bloeien de late pruimen, de kersen, de peren en als laatste de appelsoorten elkaar op. Oude appelrassen zoals Sterappel, Eijsdener Klumpkes en de Bellefleur bloeien nog tot half mei. Gemiddeld twee maanden volop bloesem, stuifmeel en nectar voor de bijen, die steeds verder in de problemen geraken, maar ook bijvoorbeeld voor zweef- en gaasvliegen. Deze kleine vliegensoorten zijn op hun beurt weer de opruimers van de luizen in onze fruitbomen. Om deze vliegjes naar de boomgaard te lokken is een gevarieerde grasmat en liefst stroken met wilde bloemensoorten weer belangrijk.

Omzoomd met een heg als nestgelegenheid en verder knotbomen en zo mogelijk een poel maakt dit biotoop compleet. Meesjes, boomklevers, koperwieken, heggenmus en het steenuiltje, een kleine greep uit de vaste bezoekers van de boomgaarden. De das en de egel komen voor de muisjes, kevertjes en Escargots maar ook voor het valfruit naar onze boomgaard. En wie weet horen we in de toekomst weer het gezang van de Wielewaal, de prachtige geelzwarte vogel hoog in de kersenbomen.