Een tuinvijver inrichten voor amfibieen

Amfibieën leven meestal in slootjes, vennen en poelen. Helaas verdwijnen of vervuilen steeds meer poelen. Dat is jammer, want behalve amfibieën zijn ook veel andere dieren en planten afhankelijk van poelen. Inmiddels worden overal in het landschap weer nieuwe poelen aangelegd. Ook vijverbezitters kunnen meehelpen aan het beschermen van amfibieën.

 

Een tuinvijver is eigenlijk een poel in het klein en met wat eenvoudige aanpassingen kan deze als voortplantingswater voor amfibieën en andere talloze dieren en planten dienen. Als 'tegenprestatie' maken al die diertjes uw vijver een stuk levendiger en interessanter, bovendien eten amfibieën veel insecten en slakken uit uw tuin op, toch weer mooi meegenomen.

 

Aanleg van een vijvertuinpoel.jpg
Bij de aanleg van een nieuwe vijver, dient u eerst de plek bepalen waar deze komt te liggen. Hiervoor kunt u het beste een zonnige plek uitkiezen. Het beste is om minstens de helft van de dag zon te krijgen en bij voorkeur in de middaguren. Alleen dan warmt het water voldoende op zodat de koudbloedige amfibieën kunnen overleven en zich voortplanten.

De hoeveelheid zon die een vijver nodig heeft is afhankelijk van de grootte. Kleine, ondiepe vijvers kunnen beter niet de hele dag in de zon liggen, omdat het water dan teveel opwarmt. Dit kan overmatige algengroei veroorzaken. Een tweede aandachtspunt bij het kiezen van de ligging van de vijver, is dat er geen bomen direct omheen mogen staan. Hierdoor komt er namelijk teveel bladafval in het water terecht. Deze bladeren gaan dan rotten en hierdoor wordt het water zuurstofarm. Bovendien komen er teveel voedingsstoffen in het water. Dit kan voor algenoverlast zorgen.

Een vijver voor amfibieën kunt u het beste behoorlijk diep maken. Op het diepste punt toch zeker wel 80 tot 120 cm. Dit voorkomt dat de vijver in de winter volledig dicht vriest. Een paar soorten amfibieën, zoals de bruine en de groene kikker, overwintert namelijk wel eens in het water in plaats van op het land. Ook amfibielarven die aan het einde van de zomer nog te klein zijn voor de metamorfose overwinteren in de vijver.

Toch moet de vijver ook ondiepe plekken hebben. Hier warmt het water sneller op en daar profiteren de dieren van. Ook voor het paren zoeken kikkers en padden het ondiepe water op.

kikkeruitpoel.jpgBelangrijk zijn glooiende oevers, de dieren kunnen dan makkelijk het water in en uit. Een helling van 1 op 4 of minder is ideaal. Bestaande steile oevers kunnen verzacht worden door het toevoegen van een plankje of stenen. Belangrijk is het ook om planten over de rand te laten groeien. De meest ideale oever voor amfibieën is een moerasje. Behalve een geschikte plek om het water te verlaten, kunnen ze hier ook voedsel zoeken en zich verschuilen.

 

Beplanting
Voorkeur heeft om niets aan te planten, de natuur haar gang te laten gaan.
Als u toch de keuze maakt om zelf aan te planten dienen afwegingen gemaakt te worden als: wat is geschikt voor welke grondsoort, woekert het plantje, is er sprake van inheems of exotisch materiaal.

Vooral zuurstofplanten (ondergedoken waterplanten) zijn belangrijk, omdat zij voor een groot deel het biologisch evenwicht en de waterkwaliteit bepalen. Ze zorgen voor voldoende zuurstof in het water en tegelijkertijd gebruiken ze de in het water aanwezige voedingsstoffen om te groeien. Ook voor amfibieën vervullen ondergedoken waterplanten een belangrijke functie als schuilplaats, voedsel- en afzetplek voor de eitjes.

Als u beplant kunt u de oevers en het moerasje het beste beplanten met veel verschillende planten, want daarmee lokt u een grote verscheidenheid aan beestjes naar uw tuin. Het is verstandig om planten te kiezen die zichzelf uitzaaien, maar die andere planten niet overwoekeren. Op die manier groeit de oever vanzelf dicht. Dotterbloem en moeras-vergeet-me-nietje zijn erg geschikt. Het is aan te raden inheemse planten te kiezen voor in en om uw vijver. Op die manier ontstaat een natuurlijk biotoop.

Moerasplanten

grote waterweegbree

Alisma plantago-aquatica

zwanebloem

Butomus umbellatus

dotterbloem

Caltha palustris

gele lis

Iris pseudacorus

penningkruid

Lysimachia nummularia

kattenstaart

Lythrum salicaria

watermunt

Mentha aquatica

waterdrieblad

Menyanthes trifoliata

moeras-vergeet-me-nietje

Myosotis palustris

wateraardbei

Potentilla palustris

grote boterbloem

Ranunculus lingua

pijlkruid

Sagittaria sagittifolia

beekpunge

Veronica beccabunga

 

Planten met drijvende bladeren

 

kikkerbeet

Hydrocharis morsus-ranae

gele plomp

Nuphar lutea (alleen in een grote vijver)

witte waterlelie

Nymphea alba (alleen in een grote vijver)

watergentiaan

Nymphoides peltata

drijvend fonteinkruid

Potamogeton natans

fijne waterranonkel

Ranunculus aquatilis

krabbescheer

Stratiotes aloides

 

Ondergedoken waterplanten

 

sterrenkroos

Callitriche sp.

hoornblad

Ceratophyllum sp.

waterpest

Elodea sp.

waterviolier

Hottonia palustris

aarvederkruid

Myriophyllum spicatum

Verdere wetenswaardigheden

  • In uw vijver dient u de keus te maken tussen vissen of amfibieën. Eieren en de larven van amfibieën zijn voor vissen namelijk erg smakelijk: levend vissenvoer dus. Alleen die van de gewone pad worden niet gegeten, ze zijn giftig en erg onsmakelijk. In het wild mijden amfibieën dan ook wateren waar vissen in zitten, ze ruiken ze.
  • Veel soorten vissen, zoals de goudvis, woelen de bodem om op zoek naar voedsel. Hierdoor wordt het water troebel en gaat de waterkwaliteit achteruit. Ook vreten vissen aan planten. Deze wat minder natuurlijke vijver zou door zijn moerasje toch heel geschikt voor amfibieën kunnen zijn. Kikkers kunnen er prima in overleven, maar door de vele vissen die erin rondzwemmen, kunnen ze zich niet succesvol voortplanten.
  • De meeste amfibieën hebben een voorkeur voor stilstaand water. Een pomp of filter in een vijver hoeft geen probleem te zijn, mits de capaciteit niet te groot is. De pomp wel uitzetten in het voorjaar (de voortplantingstijd), anders worden de eieren en larven opgezogen.
  • Amfibieën zijn bijzonder gevoelig voor chemicaliën. Gebruik daarom geen chemische middelen of mest in of rondom de poel. Accepteren dat de poel een natuurlijk systeem is helpt al, het tijdelijk groen worden of slechte doorzicht is eigenlijk niet zo erg. In de loop van de jaren ontstaat er een natuurlijk evenwicht. Ook in de rest van de tuin is het beter om geen chemicaliën te gebruiken. Volwassen amfibieën zijn namelijk maar kort in het water, het overgrote deel zoeken ze in uw tuin naar voedsel. Door hun dunne huid wordt het gif snel opgenomen.
  • Voor de ondergedoken waterplanten is het noodzakelijk dat er zonlicht in het water kan doordringen. Dit hebben ze namelijk nodig om te groeien. In de zomer kan het wel eens voorkomen dat de gehele wateroppervlakte van uw vijver dichtgroeit kroos of waterlelies. U kunt gerust regelmatig een gedeelte van deze planten weg halen, zodat minstens de helft van de oppervlakte open blijft. De verwijderde planten goed controleren op salamander- en/of kikkervisjes en een paar dagen naast de vijver laten liggen, dieren krijgen de kans om terug te kruipen.
  • Amfibieën voelen zich het meeste thuis in een enigszins rommelige tuin met veel vaste planten en struiken. De tuin is een belangrijke voedselbron. Rommelhoekjes, stenen en dood hout kunnen goed als schuilplaats en als overwinteringplek dienen. Een composthoop is erg geschikt om in te overwinteren.
  • In het voorjaar zoeken de amfibieën naar een geschikte voortplantingsplek. Schuttingen en muurtjes kunnen een ernstige belemmering vormen voor hun verspreiding. Als u amfibieën in uw tuinvijver wilt, dient u er daarom op letten dat er mogelijkheden zijn dat de dieren de tuin in en uit komen. Gaten en kieren van enkele centimeters volstaan hiervoor al.
  • Amfibieën hebben verschillende vijanden. In de tuin wordt de grootste bedreiging gevormd door katten, die wel eens een kikker of salamander willen vangen. Vogels kunnen ook een bedreiging zijn. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de blauwe reiger, maar ook andere vogels zoals spreeuwen en merels, lusten wel een jonge kikker of salamander. Hier valt echter weinig tegen te doen, het hoort er bij. Als u kippen heeft, kunt u deze beter niet los laten lopen bij de poel. Zij lusten ook graag een jong kikkertje.
  • Het merendeel van amfibieën overwintert op het land, een klein aantal in het water. De vijver mag daarom niet tot op de bodem doorvriezen in. Opengehouden kunnen poelen worden door een bos afgesneden riet of bamboe rechtop in het water te zetten. In de stengels zijn hol, het water blijft hierdoor in contact met de lucht, het zuurstofgehalte blijft op peil en u voorkomt dat eventueel in het water overwinterende amfibieën stikken. Wanneer u een luchtpomp heeft, kunt u deze aan laten staan zolang de oppervlakte nog niet dichtgevroren is. Wanneer de vijver geheel bevroren is, moet u de pomp uitzetten.
  • De meeste mensen willen zo snel mogelijk amfibieën in hun vijver. Het uitzetten van amfibieën (ook eieren en larven) is echter bij de wet verboden. Alle soorten zijn namelijk beschermd. Het uitzetten van volwassen dieren is bovendien slecht, ze kunnen de plaatselijke fauna negatief beïnvloeden. Soms bieden tuincentra of dierenwinkels uitheemse amfibieën aan voor in de vijver. Koop deze nooit! Ze kunnen verwilderen en dit kan leiden tot faunavervalsing en overlast, denk hierbij aan de brulkikker.

Voor meer informatie
stichting Instandhouding Kleine landschapselementen in Limburg (IKL)
Bewerkte tekst van RAVON
RAVON

Uw inventarisatiegegevens kunt u naar beide organisaties sturen.