Home > Amfibieen en reptielen > De knoflookpad

De knoflookpad


Naamgeving
Nederlandse naam: Knoflookpad
Latijnse naam: Pelobatus fuscus

 

Signalement
Lengte: tot 7 cm
Kleur: de rugkleur is zeer variabel: meestal een lichtbruine, okergele of grijze grondkleur waarop een sterk wisselend patroon van bruingroene, bruine of roodbruine vlekken die heel dikwijls aaneensluiten tot een marmertekening of tot overlangse strepen
Ogen: de grote ogen hebben een goudkleurige iris en een verticale pupil
Lichaam: dDe knoflookpad heeft een brede en hoog gewelfde kop. De achterpoten zijn voorzien van goed ontwikkelde zwemvliezen en bezitten een platte, scherp gerande graafknobbel (metatarsus-knobbel) aan de hiel, wat trouwens een duidelijk kenmerk is. De huid bij de knoflookpad vrij glad met weinig of geen wratjes
Roep: deze wordt meestal 's nachts en onderwater, op de bodem van de poel geproduceerd en klinkt als een kort en zacht "klok-klok-klok" geluid. Het geluid draagt niet ver. Soms roepen de mannetjes ook overdag, wanneer ze verscholen zitten in een holletje. De roep klinkt dan iets anders: een meer krakend geluid dat ook duidelijker hoorbaar is. Knoflookpadden vormen geen roepkoren
Bijzonderheden: de knoflookpad dankt zijn naam aan zijn afweergedrag. Als de pad geïrriteert is of als men hem vastpakt zal hij zijn mond heel breed openen en een typische knoflookgeur verspreiden

 

Wetgeving
Status Rode Lijst: bedreigd

 

Verspreiding
De knoflookpad is een steppesoort en kiest daarom voor open gebieden. In Nederland leeft de knoflookpad op de rand van rivier- en beekdalen waar ze vrij specifieke eisen stelt aan het water- (algenrijke wateren) en landhabitat (lossen, zanderige bodem). De voortplantingsplaatsen zijn voedselrijk en het landbiotoop moet een makkelijk vergraafbare bodem hebben. De eieren worden in de vorm van dikke, verstrengelde snoeren van 40 tot 70 cm lengte afgezet. Deze snoeren hebben het uitzicht van een dikke koord, zijn opgerold rond waterplanten, rietstengels, enz. en bevatten ongeveer 700 tot 1100 eieren. In voedselarme poelen gaan de eieren of larven veelal ten gronde als gevolg van beschimmeling. Een sterke algenontwikkeling blijkt bovendien van groot belang te zijn voor de groei van de larven. Larven van knoflookpadden worden zeer groot en kunnen wel een lengte van 9 tot 11 cm bereiken, uitzonderlijk zelfs tot 20 cm. De staartkam is relatief hoog en bereikt zijn hoogste punt in de 2e helft van de staart.