Naamgeving
Nederlandse naam: Pad
Latijnse naam: Bufo bufo
Signalement
Lengte: vrouwtjes tot 10 cm, mannetjes tot 8 cm.
Kleur: de rug is beige, lichtbruin, grijsbruin of roodbruin gekleurd. De buik is witachtig met een grijze marmerkleur.
Ogen: grote bolvormige ogen, waarmee ze ’s nachts zeer goed kunnen zien. Ze zijn koperrood met een horizontale pupil.
Huid: hij heeft een droge en wrattige huid.
Lichaam: rond en gedrongen lichaam en korte achterpoten. De meeste soorten hebben ook bijna geen zwemvliezen. Padden hebben een ronde snuit.
Roepgeluid: is niet luid, het is een klagend "oink-oink-oink". Dit komt vooral omdat ze geen uitwendige kwaakblaas hebben. Men kan het enigszins vergelijken met een zwak hondengeblaf.
Bijzonderheden: het mannetje heeft een grote kwaakblaas onder de kin, die het geluid resoneert zodat het ver draagt. De larve is zwart van kleur en wordt 3 tot 3.5 cm groot.
Wetgeving
de flora- en fauna wet: de minst zware categorie waarvoor LNV vrijstelling verleend, als maar aan de zorgplicht is voldaan.
Tijdens de paartijd verzamelen de mannetjes zich aan de rand van een poel en beginnen te kwaken. Sommige kwaken zijn te horen op een afstand van 1 km! Het vrouwtje van de gewone pad voelt zich aangetrokken tot de pad met de laagste kwaak. Hieruit kan ze namelijk opmaken dat de pad groot is en daardoor een goede partner zal zijn. Maar het komt vaak voor dat de mannetjes op de loer liggen aan de oever en elk vrouwtje bespringen dat langskomt. Veel vrouwtjes bereiken de poel met een mannetje op hun rug. Eenmaal in het water proberen de mannetjes met een vrouwtje te paren. Soms verdrinkt ze door het grote gewicht op haar rug. Padden leggen hun eieren in lange strengen (snoeren), soms 2 tot 3 m. lang en met duizenden eieren erin. Als de kikkervisjes van de gewone pad eenmaal poten en geen staart meer hebben, blijven ze in de buurt van het water om vochtig te kunnen blijven. Als het gaat regenen verlaten ze het water.
Voedsel
Een pad eet bijna alles als het maar beweegt en niet te groot is om door te slikken (alhoewel voor sommige padden niets te groot is).
Verdediging
Op de droge huid van de pad zitten honderden kleine wratjes, Deze scheiden een vergif af als de pad wordt aangeraakt. De meeste wratten zitten net achter zijn kop en rond zijn achterpoten. Ze zijn zeer effectief, want een vijand als een hond of een kat spuugt het dier meteen weer uit, krijgt schuim in zijn mond en begint te braken. Sommige roofdieren houden hiermee rekening. Egels bijvoorbeeld duwen een gewone pad op zijn rug en beginnen aan de onderkant te eten, waar geen gifklieren zitten. Alleen de huid blijft over.
